Naar de inhoud
Alle artikelen

Belasting op je werkelijke rendement: het box 3-voorstel voor 2028

Het kabinet wil vanaf 2028 niet langer een fictief, maar je werkelijke rendement belasten in box 3. Wat dat betekent voor je spaargeld, met de cijfers uit het wetsvoorstel, een rekenvoorbeeld en de stand van zaken in oktober 2026.

DoorGeldhoekbijgewerkt 17 oktober 2026

Al jaren sleept het zich voort: de belasting op vermogen in box 3. De Hoge Raad floot het kabinet meermaals terug omdat spaarders en beleggers werden belast op een rendement dat ze nooit hadden gehaald. Het antwoord is een heel nieuw stelsel, de Wet werkelijk rendement box 3, dat volgens het voorstel vanaf 1 januari 2028 je werkelijke opbrengst moet belasten in plaats van een verzonnen percentage. Het is nog geen wet, maar het is dichtbij genoeg om te begrijpen wat er voor je spaargeld verandert.

Van fictie naar werkelijkheid

Het huidige stelsel werkt met een forfaitair rendement: de Belastingdienst gaat ervan uit dat je vermogen een bepaald percentage opbrengt, ongeacht wat je werkelijk verdient. Voor spaargeld is dat forfait in 2026 voorlopig 1,28%, voor overige bezittingen (zoals beleggingen) 6%. Over dat fictieve rendement betaal je 36% belasting, na een heffingvrij vermogen van €59.357 per persoon.

Er geldt nu al een tegenbewijsregeling: als je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, kan de belasting lager uitvallen. De Belastingdienst verwerkt dat voor 2026 bij de aangifte, nadat het jaar is afgelopen. De grafieken en calculator hieronder vergelijken alleen de forfaitaire berekening met het voorstel 2028; ze rekenen deze tegenbewijsregeling niet mee. De uitkomst is daardoor geen vergelijking met je definitieve aanslag. Lees de uitleg van de Belastingdienst.

Het voorstel voor 2028 draait de logica om. Je betaalt dan 36% over je werkelijke rendement: ontvangen rente, dividend, huur en pacht, plus de waardeontwikkeling van je bezittingen. Daarboven komt een heffingvrij resultaat van €1.800 per persoon (€3.600 met fiscale partner): de eerste €1.800 rendement blijft onbelast.

Wat dat met je belasting doet

Het verschil is het makkelijkst te zien als je het loslaat op een vast bedrag spaargeld en de vraag stelt: hoeveel belasting betaal je bij verschillende rendementen? Stel, je hebt €150.000 gespaard.

Huidig stelsel (forfaitair)Voorstel 2028 (werkelijk rendement)
€0€500€1k€1,5k€2k€2,5k€3k€3,5k0%2%4%6%8%gelijkWerkelijk rendement per jaarBox 3-belasting per jaar
Box 3-belasting over €150.000 spaargeld in één jaar. Het huidige stelsel (forfaitair) is vlak: of je nu 1% of 8% haalt, je betaalt rond €418, want het rekent met een verzonnen rendement. Het voorstel 2028 volgt je werkelijke rendement. Tot ongeveer 1,2% blijf je onder de vrijstelling van €1.800 en betaal je niets. Berekend met de rekenkern van de sparen & rente calculator.

Lees de kruising goed. Tot een werkelijk rendement van ongeveer 2% ben je onder het voorstel 2028 goedkoper uit dan nu; daarboven betaal je méér. Dat is geen toeval, het is de kern van de hervorming: je belasting beweegt voortaan mee met wat je werkelijk verdient. Maak je een verliesjaar, dan is je rendement negatief en betaal je niets, en het door de Tweede Kamer aangenomen voorstel bevat ook achterwaartse verliesverrekening naar het voorafgaande kalenderjaar (carry-back). Dit geldt pas als de wet in werking treedt.

Voor spaargeld ligt het huidige forfait laag (1,28%), dus zodra je spaarrente daarboven uitkomt, pakt het nieuwe stelsel hoger uit. Voor beleggingen is het omgekeerd vaak interessanter, maar geldt een heel ander venijn: jaarlijks belasting over koerswinst die je nog niet hebt verzilverd. Dat lees je in Beleggen en box 3 vanaf 2028.

Hetzelfde voorbeeld, over twintig jaar

Eenmalig is overzichtelijk, maar vermogen groeit. Daarom rekent de sparen & rente calculator het over de hele looptijd door. Hieronder dezelfde €150.000, dit keer bij een rente van 3% per jaar, twintig jaar lang. De grafiek toont de opgetelde box 3-belasting die je in beide stelsels kwijt bent.

Huidig stelsel (forfaitair)Voorstel 2028 (werkelijk rendement)
€0€5k€10k€15k€20k€25k15101520JaarBox 3-belasting, opgeteld
Opgetelde box 3-belasting over 20 jaar, €150.000 spaargeld bij 3% rente. Omdat 3% boven het lage spaarforfait van 1,28% ligt, kost het voorstel 2028 hier meer dan het huidige stelsel. Bij een lager rendement of een verliesjaar kantelt dat. Beide lijnen komen uit de sparen & rente calculator, in de twee standen die je daar kunt kiezen.

In dit specifieke voorbeeld (spaargeld dat 3% doet, ruim boven het forfait) ben je over twintig jaar onder het voorstel ruim €27.000 kwijt tegen ruim €12.000 nu. Conclusie is dus niet “het nieuwe stelsel is altijd duurder of goedkoper”, maar: het hangt volledig af van je werkelijke rendement. Dat is precies waarom je het beter even doorrekent dan aanneemt.

Reken beide stelsels door

De sparen & rente calculator heeft hiervoor een schakelaar. Bij “Box 3-belasting” kies je tussen Huidig stelsel (forfaitair) en Voorstel 2028 (werkelijk rendement), en je ziet direct wat het met je eindbedrag en je totale belasting doet. Zo vergelijk je voor jouw eigen spaardoel en rendement welk stelsel gunstiger uitpakt, in plaats van af te gaan op een algemene vuistregel.

Stand van zaken (oktober 2026)

Dit is nog een wetsvoorstel, geen geldend recht. Gecontroleerd op 17 oktober 2026:

  • De Tweede Kamer nam het voorstel aan op 12 februari 2026, inclusief een amendement voor achterwaartse verliesverrekening naar het voorafgaande kalenderjaar.
  • De Eerste Kamer behandelde het voorstel plenair op 30 juni 2026. De stemming over het wetsvoorstel is uitgesteld in afwachting van de aangekondigde wijzigingen via een novelle.
  • Op 5 oktober 2026 overlegde de commissie Financiën met de minister en staatssecretaris over de voortgang. Op 13 oktober 2026 besloot zij de behandeling van de novelle door de Tweede Kamer af te wachten. Voor behandeling in de Eerste Kamer moeten ook het spoedadvies van de Raad van State en de uitvoeringstoets van de Belastingdienst beschikbaar zijn.
  • De beoogde ingangsdatum blijft 1 januari 2028. Die datum en de uiteindelijke regels zijn nog niet definitief.

De grafieken en calculator gebruiken de voorgestelde rekenparameters (36% belasting en €1.800 heffingvrij resultaat per persoon). Het zijn scenario’s op basis van het voorstel, geen vastgestelde tarieven voor 2028. Aanpassingen in de novelle kunnen de uitkomsten veranderen.

Vraag, opmerking of correctie?

Klopt er iets niet, mis je iets, of heb je een vraag over dit artikel? Of een suggestie om Geldhoek beter te maken? Laat het weten.

Stuur een bericht

Of mail rechtstreeks naar[email protected].