Waarom je loonsverhoging tegenvalt (en je niet in een hoger tarief zit)
Je krijgt opslag, maar er blijft minder van over dan je dacht. Niet door een geheime extra belastingschijf, maar door twee heffingskortingen die tegelijk afbouwen. Met de cijfers van 2026 en een grafiek van je echte marginale druk.
Stel: je verdient zo’n €48.000 en je krijgt een mooie opslag van duizend euro bruto. Je rekent op een paar honderd euro netto erbij, maar als het loon binnenkomt valt het tegen. Je houdt er ongeveer de helft van over. Je eerste gedachte is misschien: ik ben zeker in een hoger belastingtarief geschoten. Dat klopt niet. Je zit nog gewoon in de tweede schijf van 37,56%. Er is iets anders aan de hand.
De helft kwijt, zonder een hoger tarief
Wat je echt voelt is je marginale druk: het deel van elke extra euro dat naar de fiscus gaat. Niet het gemiddelde over je hele loon, maar de belasting op die laatste, hoogste euro. Zo loopt die druk op met je inkomen:
Kijk naar de brede tussenmoot. Tussen ongeveer €46.000 en €78.000 schommelt je marginale druk rond de 50%, terwijl het schijftarief daar 37,56% is. Die ruim twaalf procentpunt verschil is geen verborgen schijf. Het zijn twee heffingskortingen die in precies dit traject tegelijk kleiner worden.
Twee kortingen die stilletjes verdampen
Heffingskortingen zijn kortingen op je belasting; ze zorgen dat je netto meer overhoudt dan de schijftarieven doen vermoeden. Twee tellen voor bijna iedereen met loon mee, en allebei bouwen ze af naarmate je meer verdient:
De algemene heffingskorting is in 2026 maximaal €3.115, maar bouwt boven €29.736 af met 6,398% per euro tot hij bij €78.426 op nul staat. De arbeidskorting loopt eerst juist op (daarom krijg je hem omdat je werkt), piekt rond €45.592 op €5.685, en daalt daarna met 6,51% per euro. Boven de €45.592 dalen ze dus allebei. Tel dat op bij het schijftarief:
- tarief tweede schijf: 37,56%
- afbouw algemene heffingskorting: 6,398%
- afbouw arbeidskorting: 6,51%
Samen: ongeveer 50%. Elke euro minder korting voelt precies als een euro meer belasting, alleen staat het nergens als “tarief” benoemd. Vandaar dat je opslag halveert terwijl je papieren schijf onveranderd blijft.
Is dat erg?
Niet per se, en het is zeker geen reden om die opslag te weigeren: de helft van duizend euro is nog altijd vijfhonderd euro die je eerst niet had. Maar het helpt om te weten waar de tegenvallers zitten. Het verklaart bijvoorbeeld waarom een sprong van €40.000 naar €50.000 netto minder spectaculair is dan hij bruto lijkt, en waarom de stap van €30.000 naar €40.000 (waar de arbeidskorting nog oploopt) juist relatief gunstig uitpakt.
En het venijn zit niet overal. Onder de €30.000 is je marginale druk laag, en pas boven €78.000 kom je in het echte toptarief van 49,5%, waar de grafiek naar 56% springt. Het middentraject is de plek waar opslag het meest tegenvalt.
Reken het uit voor je eigen loon
Welke kortingen in jouw geval precies meetellen, hangt af van je inkomen, je leeftijd en je situatie. De netto salaris calculator past de cijfers van 2026 toe en laat per stap zien welke korting wordt afgetrokken, inclusief je marginale druk. Wil je zien wat een hoger of lager loon met je hele besteedbaar inkomen doet, gebruik dan invloed van ander loon.